Een eigen server lijkt goedkoop, tot je alles optelt
Volgens diverse onderzoeken van IDC en Gartner blijkt dat de initiële aankoop van een server slechts ongeveer 15 tot 25% van de totale kost (TCO) over de levensduur vertegenwoordigt. De overige 75 tot 85% zit in beheer, energie, onderhoud en operationele kosten.
- Elektriciteit en koeling: een server draait 24/7 en verbruikt continu stroom.
- Onderhoud en opvolging: updates, monitoring, herstarten, controles, vervanging van onderdelen.
- Back-ups en herstel: een back-up maken is één ding, maar testen of je ook effectief kan herstellen is iets anders (disaster recovery test)
- Downtime: een uur dat je niet kan werken, is meestal duurder dan een uur IT-onderhoud. Zolang alles werkt, lijkt dat geen kost. Tot je server kuren krijgt op een druk moment en je hele bedrijf vertraagt of stilvalt.
Ook na aankoop zijn er kosten
De aankoop van een server is meetbaar: je kent de prijs van de machine, schijven, licenties en eventueel een UPS (ononderbreekbare stroomvoorziening). Maar daarna beginnen de kosten die minder meetbaar zijn.
Veel kmo’s hebben een server die er al jaren staat, maar zijn zich niet bewust van de jaarlijkse kost. Ook een server up and running houden kost namelijk geld, zelfs zonder defecten.
- je betaalt de stroom
- je betaalt de tijd om hem draaiende te houden
- je betaalt de schade en de opportuniteitskosten als hij uitvalt
- en je betaalt later de noodoplossing als je te lang wacht
Als je al die elementen wél meerekent, wordt een cloud vaak verrassend interessant. Een cloud server is misschien geen eenmalige aankoop, maar je krijgt wel een model waarbij kosten en verantwoordelijkheden veel duidelijker zijn.
Een nieuwe lokale server creëert inflexibiliteit
Wie vandaag een nieuwe server koopt, maakt een keuze voor de komende 5 tot 7 jaar. Je wil je investering terugverdienen. Maar weinig kmo’s hebben een zevenjarenplan, of kunnen de technologische vooruitgang van de komende 5 jaar voorspellen. Dit maakt het moeilijker om snel te schakelen wanneer je bedrijf en de markt verandert. Bijvoorbeeld:
- je groeit sneller dan verwacht (extra medewerkers, extra vestiging)
- je applicaties vragen meer capaciteit
- je wil hybride werken uitbreiden
- regelgeving of security-eisen worden strenger
Met lokale infrastructuur ben je minder flexibel: bijbouwen, extra componenten, complexiteit… en opnieuw onverwachte kosten.